• De Willem Ruys vaart uit, ter hoogte van Vlaardingen.

    Willem Moojen

De Schelde

Vlissingen, stad aan de Westerschelde, van oorsprong een klein vissersdorp zou in de zeventiende eeuw uitgroeien tot marinebasis in Zeeland met een eigen admiraliteitswerf.

GROOTSTE WERKGEVER In 1867 werd de marinewerf opgeheven. Scheepsbouwmeester Arie Smit (1845-1935) zag in '73 mogelijkheden op de terreinen van het voormalige Marine Etablissement een nieuwe scheepswerf te beginnen. Na bemoeienis van Koning Willem III verkreeg hij het terrein in erfpacht en op 8 oktober 1875 werd N.V. De Schelde, Scheepsbouw en Werktuigenfabriek opgericht en verwierf het zelfde jaar het predicaat Koninklijke. Later werd de naam gewijzigd in Koninklijke Maatschappij De Schelde, Scheepswerf en Machinefabriek. Jarenlang domineerde De Schelde het stadsbeeld van Vlissingen. Boven alles uit torende de immens grote kranen en de contouren van een in aanbouw zijnd schip. Met 18 personeelsleden in 1875 was het lastig als nieuwkomer vertrouwen te winnen van opdrachtgevers en er was veel concurrentie met name uit Engeland en Schotland. Toch groeide het bedrijf uit naar 1200 man in 1900 en eind jaren vijftig van de vorige eeuw naar de grootste werkgever in Zeeland met meer dan 4600 man. Een agent moest zelfs het verkeer regelen bij het leegstromen van de poort. Jarenlang werkten families van vader op zoon er.

HELE STAD LIEP UIT De Schelde zou uitgroeien tot een zeer belangrijke marinewerf en was jarenlang hofleverancier van de Rotterdamsche Lloyd. De werf bouwde op eigen risico in 1905 de eerste onderzeeboot, Luctor et Emergo. Het bleek een succes en de Koninklijke Marine nam de 20 meter lange duikboot als Hr.Ms. 01 op 21 december 1906 in dienst. Vele schepen zou de KMS bouwen voor de KM. Daarnaast bouwde de werf veel passagiers- en vrachtschepen, tankers en andere vaartuigen. Bekende passagiersschepen waren o.a. de Willem Ruys (1947) voor de KRL en Kungsholm (1953) voor de Swedish American Line. Als een schip van de helling gleed liep de hele stad uit om dit te aanschouwen. Naast scheepsbouw en -reparatie bouwde de werf ook scheepsmotoren (licentie Sulzer), machines, stoomturbines, ketels, bruggen, carrosserieën voor autobussen en was het zelfs kort actief in vliegtuigbouw.

FUSIE In 1965 besloot men tot een fusie met de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij en Motorenfabriek Thomassen. Dat resulteerde op 4 maart '66 in het nieuwe bedrijf Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven. Onder invloed van economische zware tijden en druk van de Nederlandse overheid sloot op 1 januari 1971 Verolme Verenigde Scheepswerven zich aan en ontstond Rijn-Schelde-Verolme (RSV). Na de ondergang en de ontvlechting van dit concern in 1983 namen Rijk en Provincie Zeeland de aandelen over en komt de Schelde weer op eigen benen. Sinds 1991 onder de naam Koninklijke Schelde Groep (KSG). In 2000 verkochten zij hun aandelen aan Damen Shipyard Group en werd de KSG één van de vele werkmaatschappijen van dit scheepsbouwconglomeraat.

GEBOUWEN Een aantal oude gebouwen en een fabriekshal zijn bewaard gebleven, waaronder het hoofdkantoor. Het gebouw met een 60 meter brede gevel is in 1913 gebouwd naar een ontwerp van de Rotterdamse architect J.P. Stok met sterke invloed van het Americanisme. Opgetrokken uit rode baksteen met een dakbedekking van leien. Aan de onderzijde van de monumentale trap in het gebouw zijn alle namen vermeld van gebouwde schepen. Boven de trap een groot gedenkplateau met mozaïek uit 1925. Onder het werfpersoneel was het gebouw beter bekend als het 'Het Kremlin', want het was niet gebruikelijk in die jaren als arbeider het gebouw zomaar te betreden. Dat moest via een achteruitgang. Ook de in 1913-'15 gebouwde timmerfabriek, volgens rationele architectuur, is bewaard net als de verbandkamer aan de poort van de werf. Dit is nu een klein museum met buiten een oude werfkraan.