• Poolse Sinterklaas-kaarten zijn bijna altijd van uitzonderlijke artistieke kwaliteit.

De Sint is weer weg

Maar waarheen?

Peter van Trigt

BEVERWIJK / HEEMSKERK Sinterklaaskenner Peter van Trigt is weer in zijn archief gedoken en strooit rond 5 december enkele Sinterklaasverhalen rond. Dit is het vijfde, en laatste verhaal dit jaar, van de Castricummer.

Gek eigenlijk dat we Sinterklaas allerhartelijkst en met veel vertoon binnenhalen, terwijl hij vertrekt met stille trom. Niet altijd, overigens. In het boekje 'Sint Nikolaas en zijn knecht' uit 1850 van Jan Schenkman arriveert hij voor het eerst per stoomboot, maar vertrekt hij met zijn knecht per luchtballon. In latere drukken wordt die ballon vervangen door de stoomtrein, een heel wat betrouwbaarder vervoermiddel. Desondanks is het idee nooit echt aangeslagen. Een geruisloos verdwijnen tot volgend jaar, maakt het sprookje nog geheimzinniger (en tevens minder omslachtig).

DOORWERKEN Trouwens, de Sint mag dan bij ons vertrokken zijn, maar elders in Europa zit zijn taak er nog lang niet op. Op 6 december heeft hij bijvoorbeeld in Duitsland en Oostenrijk nog handenvol werk met het uitdelen van snoep en appels aan de kleinen. Groten tellen niet mee. Die moeten wachten tot de kerst. De suggestie van Schenkman dat hij weer rechtstreeks naar het warme Spanje zou teruggaan – wat veel landgenoten nog steeds denken – is dus pertinent onjuist.

NAAR VERRE OORDEN Zelfs na 6 december zit zijn taak er nog altijd niet op, want verder naar het Oosten verschijnt hij pas tegen kerst. Vroeger was dat een vast ritueel. Tijdens de Russische overheersing na 1945 verdween hij evenwel - noodgedwongen - grotendeels uit beeld. Heiligen en communisten waren nu eenmaal gezworen vijanden van elkaar. Op deze anischtkaart uit 1914, die in Krakau is gedrukt, was daar echter nog geen sprake van.

Misschien zegt u nu bij zichzelf: 'Maar dat is helemaal geen Sinterklaas maar een Kerstman!' Jammer voor u, maar u heeft het mis. Ten eerste is Sw(eti) Mikolaj de Poolse vertaling van Sint-Nicolaas. Ten tweede kun je het zien aan zijn begeleiders. Zwarte Piet is ingewisseld voor de Krampus, en is even zwart als roet. Hij is gemakkelijk te herkennen als duivel aan de horens op zijn kop en aan de drietand, waarmee hij de verdoemden in het hellevuur drijft. Een angstaanjagende figuur, net als vroeger onze Zwarte Piet, maar dan beslist een graadje erger. Dat Krampus zijn 'volle neef' is, kun je niet alleen aan zijn donkere uiterlijk zien maar ook aan de roe in zijn linker hand. Daarnaast heeft hij nog een grote bundel roeden onder zijn rechter arm. Je kunt dus maar beter zover mogelijk bij hem uit de buurt blijven. Het enige wat hier ontbreekt, is de ketting waarmee hij altijd rammelt om de komst van de Sint aan te kondigen.

KERSTENGEL In de arrenslee zit de kerstengel, die in vergelijking met de Sint bepaald luchtig gekleed is. Tegen de Krampus, die belast is met het uitdelen van straffen, vormt ze een goed tegenwicht. Haar voornaamste taak is namelijk het uitdelen van de geschenken, waarmee de slee rijkelijk beladen is. Sint-Nicolaas zelf heeft er duidelijk zin in, maar zijn mijter en mooie mantel heeft ingewisseld voor een dikke winterjas en een bontmuts.

Nu de Sint echt weg is uit Nederland, verhaalt Peter van Trigt volgende week over de kerstman.